Tot in het duizendste geslacht

mei 04 2015
1
0
Tot in het duizendste geslacht

Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

Deze woorden worden iedere zondag gelezen. Pas de afgelopen zondag drongen ze tot me door: dan houdt God echt veel van mensen. Rekent u mee?

Een geslacht is een generatie. Die duurt gemiddeld zo’n 20 jaar, dan komen er weer nieuwe kinderen.

Als we uitgaan van 20 jaar per generatie, kunnen we uitrekenen hoeveel generaties er de afgelopen 6000 jaar zijn geweest (vanaf Adam).

5 generaties in 100 jaar, 50 in 1000 jaar. 50 x 6 = 300 generaties.

En God houdt van ons tot in het 1000ste geslacht. Dat duurt best nog even.

Gods liefde is echt oneindig...
 

Overdaad schaadt

jun 04 2008
1
1
Als ik een maand lang alles achterlaat, wat zal ik dan het meeste missen? Mijn bijbel? De kerkdiensten? Eerlijk gezegd: ik vind mijn bed onmisbaarder.
 
Er was eens een man die alsmaar zijn bord leeg at, maar nooit een uitdeelde aan een ander.
Het eerste gevolg was, dat hij alsmaar dikker werd. Daar kon hij wel mee leven.
Het tweede gevolg was, dat hij steeds meer honger kreeg, maar dat het eten steeds minder lekker werd. Daar was moeilijker mee om te gaan. Hij at steeds meer, maar de leegte bleef, en niets smaakte meer écht lekker.
Tenslotte voelde hij zich ook nog schuldig, omdat er ook armen zijn die niets hebben. Om zijn schuld te vergeten, ging hij eten…
Op de lange lest raakte hij het doel, eten om te kunnen leven, kwijt, en ging hij leven om te eten.
 
Een korte rekensom: vanaf een jaar of twee elke dag lezingen uit (kinder)bijbel bij het eten (tweemaal daags, maakt 730 keer per jaar, maal je leeftijd=heel veel verhalen). Tweemaal per week een kerkdienst (maal 52, maal je leeftijd=heel veel diensten), nog niet meegerekend de schoolvertellingen (5 maal per week, maal 40, maal 8 jaar basisonderwijs), bijbelstudieverenigingen, catechese, en dan vergeet ik nog de persoonlijke bijbelstudie. Dat is een heleboel borden eten.
 
Het eerste gevolg is dat we alsmaar dikker worden. We eten zelf heel veel, maar hoe vaak delen anderen mee in onze geestelijke overvloed?
Het tweede gevolg is, dat er steeds meer honger ontstaat, maar dat het eten steeds minder smaakt. Want wanneer raakt een tekst, een preek, een lied nog echt? Hoe vaak zijn we oprecht blij met de lezing aan tafel? Treedt er geen gewenning op, ontstaat er geen sleur? Klopt psalm 122 wel? We eten heel veel, maar daardoor smaakt het niet meer lekker, en dus ontstaat er leegte.
Tenslotte ontstaat er ook nog schuld, omdat er anderen zijn die niet eens een bijbel hebben. Die mensen zijn juist blij met één bladzijde!
Op de lange lest raken we ons doel, lezen* om te Leven, kwijt, en gaan we leven om te lezen. (*vul hier ook in: kerkgang, gebed, vereniging, enz.)
 
Samengevat en nog een kritische noot:
  • Eet ik niet teveel en wordt het niet eens tijd om uit te delen?
  • Eet ik uit gewoonte, of omdat ik honger heb? (psalm 42, ‘Ja, ik dorst naar God’?)
  • Hoe vaak is mijn eten fast-food? Neem ik nog de tijd voor God?
  • Voel ik mij trouwens schuldig t.o.v. mensen zonder eten?
  • Leef ik om te eten, of eet ik om te Leven?
 

Hoe ga jij om met muggen?

jun 04 2008
1
0

Dankzij het irritante gezoem rondom mijn hoofd en bij tijd en wijle tot in mijn oor kon ik de slaap niet vatten. Hevig ontdaan zocht ik onder mijn kussen naar een vergeten zakdoek. Mijn ogen knipperden tegen het juist ontstoken licht. Vervelend, omdat ik de oorzaak van mijn onrust wilde zien. Ik speurde de muren en het plafond langs, ontdekte de mug, en bewoog mijn hand langzaam in de goede richting. Eén snelle beweging. Plat. Een vlek op het behang, en ik gleed in een heerlijke rust.


Ging men zo niet om met een man als Jeremia? Hij staat bekend als een onheilsprofeet. Zijn boodschap was niet gewenst. Liever ging men te rade bij anderen die zeiden wat men wilde horen. Jeremia was irritant, zoals een mug in je oor. Ze sloten hem op, gaven hem wat klappen en susten hun geweten.


Wat te denken van Jezus? Als er iemand een mug is, is hij het wel. Waar ik blij ben met de dood van een mug, zijn er bij Hem mensen die zich tot ver na zijn dood aan Hem irriteren. Eerlijk is eerlijk: als ik een mug doodsla, en hij vliegt weer verder, vind ik dat ook zeer irritant. Maar hoe vaak gebeurt het dat en mens sterft, wordt begraven, en dan opstaat?


Dit vind ik humor van God: juist door deze irritante Mug zullen wij tot zijn rust ingaan (lees de brief aan de Hebreeën).


Dat zeurderige stemmetje van binnen, is dat niet jouw eigen mug die jou wakker schudt? Een gemeentelid dat jou op je zonde wijst, is dat niet God zelf die zich bedient van een mug?


Hoe ga jij om met muggen?

Wat de toekomst brengen moge

mei 04 2008
1
0

Kent u dat gezang? Wat de toekomst brengen moge? Het is in onze kerken erg bekend en veel gezongen.

Eerlijk gezegd kost het me veel moeite om mee te zingen met dit lied. Meestal houd ik mijn mond enkele regels dicht. Ik heb zelfs een tijd helemaal niet meegezongen. Hoe dat komt? Dat zit hem in de vijfde regel. Lees maar eens mee:

Wat de toekomst brengen moge
Mij geleidt des Heren hand
Moedig sla ik dus de ogen
Naar het onbekende land
Leer mij volgen zonder vragen
Vader wat Gij doet is goed
Leer mij slechts het heden dragen
Met een rustig kalme moed

Kijk, ik geloof wel dat Gods hand mij geleidt, wat er ook gebeurt. Sta ik helemaal achter. Maar ik heb zo veel vragen. Zo veel dat ik niet begrijp.

Waarom het sterven? Ik ben bang!
Waarom het lijden? Ik ben bang te verliezen!
Ik hoor en zie zo veel schrijnende situaties, binnen en buiten de gemeente. Waarom, God?

Moet ik dan volgen zonder vragen? God geeft me toch het verstand om na te denken, kritisch te zijn, vragen te stellen?

Het lukt me niet om die vragen los te laten. Wat me wel lukt, is ondanks deze vragen God te blijven vertrouwen:
‘Heer, ik begrijp er geen bal van, maar ik vertrouw U wel’.

Tegenwoordig zing ik wel weer mee, maar met een kleine wijziging:

Wat de toekomst brengen moge
Mij geleidt des Heren hand
Moedig sla ik dus de ogen
Naar het onbekende land
Leer mij volgen met mijn vragen
Vader wat Gij doet is goed
Leer mij slechts het heden dragen
Met een rustig kalme moed

De Bloemenkoning

p.s. ik ben erg benieuwd naar jouw mening! Mail naar: debloemenkoning ADD hotmail.com

reactie van Fred (waarvoor hartelijk dank):

Dag Bloemenkoning,

“Leer mij volgen zonder vragen”

“Schijnen mij Uw wegen duister Zie ik vraag U niet waarom…”

We zingen het inderdaad vaak klakkeloos, en ik ben blij dat er iemand is die dit eens even onder de loep legt. Want mogen wij inderdaad geen vragen hebben? De Bijbel kent vele vragen.
Om bij de liederen te blijven… Het psalmboek. Daar staan zoveel “Waarom”vragen! Maak maar eens een lijstje:

-          Psalm 10: 1 “Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood”
-          Psalm 22:2 “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit” En gebruikte Jezus niet dezelfde vraag? Ondanks dat je mag weten dat Jezus een onmenselijk groot vertrouwen had in Zijn Vader?
-          Psalm 43:10 “Tot God, mijn rots, wil ik zeggen: ‘Waarom vergeet u mij, waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd”

En ga zo maar eventjes door. De waarom vraag mag mijns inziens gesteld worden. Maar het mag niet leiden tot wantrouwen. En kritiek is ook in deze vragen niet aan de orde! Kritiek op God is iets wat wij niet kunnen hebben.
We mogen vragen. Maar onthoud dat de antwoorden op onze vragen wel eens ons verstand te boven kunnen gaan. Gelukkig krijgen wij niet op alle vragen meteen antwoord. We zouden het niet kunnen bevatten.
Ik heb ook mindere perioden gekend. En “waarom?” gevraagd. En dan hoop je op een antwoord. Echter nooit rechtstreeks een antwoord gekregen. Tegelijk mocht ik vertrouwen dat God met mijn ellende een doel had. En misschien wel meerdere doelen.
Ik weet wel dat ik van God de kracht heb gekregen mijn problemen te dragen. Ik heb van God juist toen kracht gekregen om van Hem te getuigen. Mensen te prikkelen en tot denken aan te zetten. Ik heb door mijn ellende ook mensen kunnen helpen die min of meer hetzelfde ervoeren. God is groot en onbetwistbaar.

Heb ik vragen? Jazeker! Maar ik vertrouw op Gods Oneindige Inzicht. Zijn plannen falen niet! Nu de ellende wat achter de rug lijkt te zijn kan ik terugkijken. En kan ik (een deel) van de antwoorden ontcijferen. Mensen zijn door mij geraakt, gesterkt. Nieuwsgierig geworden naar God. En heb ik zelf ook een groei doorgemaakt. Daarom? Misschien wel. Maar dat zal eenmaal blijken als we voor Gods troon zijn.

Groet,

Fred

 

Bloemen

mei 04 2008
1
0

Al voor ze getrouwd waren was hij er mee begonnen: iedere vrijdag nam hij bloemen voor haar mee. Omdat hij zoveel van haar houdt.

Na zeven jaar huwelijk (natuurlijk een bijbels getal) had hij haar dus al meer dan 364 bossen cadeau gedaan. Maar het onvermijdelijke gebeurde... Ondanks dat hij zoveel van haar houdt.

Op een vrijdag was hij laat. De bloemenkraam gesloten. Hij verscheen met lege handen bij zijn vrouw. Verbaasd keek ze hem aan.

Zij: ‘Geen bloemen vandaag?’
Hij: ‘Nee, helaas. Maar gelukkig zijn die van vorige week nog mooi.’
Zij: ‘Hou je niet meer van me?’

Vanaf dat moment nam hij geen bloemen meer voor haar mee. ‘Want’, zei hij, ‘liefde hangt niet af van bloemen. Ook zonder bloemen hou ik van jou. En dat zal ik je laten merken!’ Vanaf toen deed hij iedere week iets anders: soms een gedicht, dan een knuffel, de ene week bloemen, dan lekker eten (enz., maar vult u dat zelf in).

Zo kan het ook gaan in de kerk. Bepaalde vormen hebben we gekregen. Omdat God zoveel van ons houdt. Bepaalde vormen hebben we in het verleden gekozen. Omdat we zoveel van God houden. Maar als de sleur er in sluipt, kan de vorm de plaats van de liefde innemen.

Bijvoorbeeld:

Al jaren geleden zijn we er mee begonnen: iedere zondag lezen we de wet. Omdat we zoveel van God houden.

Na zeven decennia hadden we dus al oneindig vaak de wet gelezen. Maar op een zondag gebeurde het onvermijdelijke...

De dominee vergat de wet te lezen (en de ouderling van dienst lag te dutten). Verbaasd keken de kerkleden elkaar aan.

Zij: ‘Geen wet vandaag?’
Hij: ‘Nee, helaas, glad vergeten. Maar gelukkig weet je hem nog van vorige week.’
Zij: ‘Hou je nog wel van God?’

Vanaf dat moment las hij nog nauwelijks de wet. ‘Want’, zei hij, ‘liefde hangt niet af van de wet. Ook zonder wet hou ik van God. En dat zal ik Hem laten merken!’ Vanaf toen deed hij iedere week iets anders: soms een gedicht, dan een bijbeltekst, de ene week de wet, dan een mooi lied (enz., vult u dat zelf in).

Moraal: (vrij naar 1. Kor. 13)
Al gebruikte ik alle vormen, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.

De Bloemenkoning

 

Wat zal Jezus doen?

mei 04 2008
1
0

Er zit een tollenaar in een boom. Rijk geworden door van anderen te stelen. Wat zal Jezus doen? Hij komt langs. Gaat met de man mee naar huis. De man verandert: in plaats van meer geld te willen, gaat hij geld weggeven!

Er zit een schriftgeleerde op een paard, op weg naar Damascus, om de jonge gemeente te vervolgen. Wat zal Jezus doen? Hij komt langs. Laat zich zien. De man verandert: in plaats van de vervolgen, wordt hij prediker!

Er zit een gemeente in een kerk. Bij verschil van mening wordt er gesproken en gescheurd. Wat zal Jezus doen? Hij komt langs. De kerk verandert: hoe? Dat mag je zelf invullen. Reacties zijn welkom!

De kamerling uit Ethiopië

mei 04 2008
0
0

De kamerling uit Ethiopië snapt er de ballen van. Peinzend staart hij in de boekrol. Over wie gaat deze tekst? Plotseling klinkt er een stem van naast de wagen: ‘Verstaat gij wat gij leest?’ Filippus neemt plaats en verkondigt hem Christus: een Lam, geslacht voor onze zonden. Zo komen ze aan bij een water: ‘Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’ ‘Dat is goed’, zegt Filippus, maar dan moet ik nog iets meer vertellen. Uit zijn rugzak haalt hij enkele boekwerken: ‘Kijk, dit zijn onze geschriften die u ook moet kennen: Catechusmus, Leerregels, Belijdenis en kerkorde. Zonder deze kunt u niet worden gedoopt!’

Zo ging het natuurlijk niet. Het geloof in Christus was voldoende. Waarom doen wij dan zo moeilijk? We hebben alleen al in Nederland baptisten, doopsgezinden, evangelischen, minstens 6 soorten gereformeerden, verschillende hervormden, Jehova’s getuigen, meerdere katholieken, Luthersen, orthodoxen, pinkstergemeenten, PKN, reformatorischen en allerlei kleine, plaatselijke bewegingen, allen met hun eigen accenten. Maar de boodschap was toch: geloof dat Christus voor u is gestorven en opgestaan! Waarom dan zo veel kerken?

Eén kerk waarin plaats is voor al die mensen: besneden, als kind gedoopt, of juist als volwassene, psalmen en opwekkingsliederen zingend, begeleid door band en orgel, met luchtige praatjes, afgewisseld met zware preken, waarin uitverkorenen zitten en mensen die zelf hebben gekozen, beelddenkers en woordkunstenaars, schilders en schrijvers, voetballers op zondag en zaterdagamateurs, bevindelijken en geestelijken, met diensten op zaterdag én zondag, met en zonder gemeentegroepen, één kerk waarin verschillen wel besproken worden, maar waar niet gescheurd wordt.

Eén kerk voor alle mensen: dat zou voor mij de hemel zijn!

De Bloemenkoning (klik voor reageren)
 

Uitverkiezing

mei 04 2008
0
0

Het bekende Opwekkingslied ‘Aan uw voeten Heer’ wordt vaak gezongen, ook in onze kerk. Dat is een vreemde zaak. Kijk maar eens naar de volgende regels:

Ja ik verkies nu om bij U te zijn
En om naar U te luisteren

Dat is natuurlijk een tekst die van geen kanten klopt. Remonstrants, om zo te zeggen. Want wij verkiezen niet. God kiest. Ik stel dus een tekstwijziging voor:

Ja U verkiest nu om bij mij te zijn
En om naar mij te luisteren

Of sla ik dan weer het plankje mis?

Ik snap niets van die uitverkiezing. Wat kun je dan nog wel zingen? Psalm 139:

Mijn mond spreekt nog geen enkel woord
Of u hebt alles reeds gehoord (...)
Mijn kennis is te klein bevonden
Ik kan dit alles niet doorgronden


Laat ik me maar stilhouden.

De Bloemenkoning
 

Applaus voor koning Jezus!

mei 04 2008
1
0

Het was zo mooi. Zo puur. Zo zuiver. Daar wilde ik graag iets van laten merken. Mijn waardering, mijn instemming. Mijn amen.

Zo voel ik het vaak in de kerk. Bijvoorbeeld eerste kerstdag, toen het kinderkoor zong. Ik wilde graag applaudisseren, omdat God deze kinderen dit talent heeft gegeven. Bijvoorbeeld na een preek die me in mijn hart geraakt heeft. Eer aan de dominee, eer aan de kinderen. Maar door hen heen: eer aan God, die hen dit talent heeft gegeven.

Waarom dan geen applaus? Waarom alleen een dankgebed? Want zo werd het die dag gezegd. Wij doen dat met de handen op elkaar. Natuurlijk, we danken God. Maar het één sluit het ander toch niet uit? We mogen elkaars talenten toch wel waarderen? Want we weten maar al te goed waar deze gaven vandaan komen: van de heilige Geest.

Ik pleit dus voor spontaan applaus tijdens de eredienst. Ere wie ere toekomt. Applaus voor koning Jezus!

Tja…

Ik begrijp wat je bedoelt, bloemenkoning. Toch wil ik er wel iets over kwijt. Applaus in de eredienst voor de Koning! Uit respect en liefde! Schitterend mooi. Absoluut. Maar we applaudisseren niet als we een Bijbeltekst hebben gelezen. Of na de geloofsbelijdenis, of een donderpreek (terwijl dan een applaus als instemming heel op zijn plaats kan zijn)!
Applaus na de zegengroet? Doen we eigenlijk al. Al zeggen we dan heel zachtjes, en vrijwel onverstaanbaar, :”Amen.”
We zouden het vreemd vinden als na “Genade zij u en vrede van Hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor Zijn troon, en van Jezus Christus, de betrouwbare Getuige, de Eerstgeborene van de doden, de Heerser over de vorsten van de aarde”, in plaats van een mager “amen” een donderend applaus weerklonk. Maar dat is dan applaus voor de Heer.  Op kerstavond werd er, tot ergernis van de uitvoerenden zelf, heel heftig geapplaudisseerd na hun ‘optreden’ En dan ook alleen na hún optreden.
Wat is dan het doel van het applaus? Instemmen met het lied? Of toch een hart onder de riem van de uitvoerenden? Een compliment voor de inzet? Want die was groot. Dat is iets waarbij ik dan mijn oprechte vraagtekens zet.
Omdat ik zelf uitvoerende ben in een groot deel van de diensten, begrijp ik wel iets van de gêne die iemand heeft als er voor hem of haar geapplaudisseerd lijkt te worden, tijdens de dienst. Er wordt iets gedaan voor de dienst van de Heer. Dat behoeft geen applaus. Je zou het immers voor het applaus zelf kunnen gaan doen. 
Zoals ik op de zondagen erg verbaasd zou zijn als men voor mij ging applaudisseren. Ik hoop het niet mee te maken. Daarmee kan je de ander ook tekort doen. Want die krijgt misschien nooit applaus. Voor de duidelijkheid.. ik zit er niet op te wachten. Mijn applaus krijg ik heel soms als ik op een concert heb opgetreden. En dan vind ik het naast leuk ook best wel gênant. Want ik deed het niet voor het applaus, maar voor die ander. Voor de bezoeker. En zondags voor de Heer. 
Mijn dochter zong mee op kerstmorgen. Was ze de beste? Absoluut! Ik heb nog nooit zo’n engelachtige stem gehoord. En ze heeft haar knuffel dan ook zeker wel van mij gehad. Maar dan buiten de dienst.

Applaus voor de Heer? Zeker. Elke zondag! Maar dan wel voor de heer en niet voor de dienaren in de kerk. Dat doen we door de weeks. Als ze hun best doen om hun kunnen aan ONS te demonstreren. 
Dat is mijn eerlijke visie.

Groetjes,

De orgelgek